Er heerst een wijdverbreide mythe dat alle katten een hekel hebben aan water. Toch weet iedereen die het leven deelt met een avontuurlijke kat dat dit niet altijd waar is: er zijn katten die jagen op druppels uit de kraan, hun pootjes in de drinkbak dopen of zelfs vrijwillig in het bad stappen.
De relatie van een kat met water is nauw verbonden met zijn evolutie, zijn vacht en vooral de genetische erfenis van zijn voorouders. Met de DNA-test voor katten is het tegenwoordig mogelijk om de genetische oorsprong van je huisdier te achterhalen en te begrijpen of zijn gedrag rondom water te herleiden is naar specifieke rassen.
Is het normaal dat een kat van water houdt?
De mythe van de waterhaat vs. de evolutie van de kat
De gewone huiskat (Felis catus) stamt voornamelijk af van de Afrikaanse wilde kat (Felis lybica), een soort die is aangepast aan woestijn- en aride gebieden waar water schaars en gevaarlijk was. Er wordt verondersteld dat er een direct verband bestaat tussen deze achtergrond en de afkeer van de meeste katten om nat te worden.
Andere kattenlijnen evolueerden echter in bos-, moeras- of rivierrijke ecosystemen, waar zwemmen of vissen een manier was om aan voedsel te komen. Deze soorten ontwikkelden een natuurlijke voorkeur voor een waterrijke omgeving, die is doorgegeven aan hun nakomelingen.
Fysieke aanpassingen: waterafstotende vacht en zwemvliezen
Rassen die zich aangetrokken voelen tot water vertonen vaak kenmerkende morfologische eigenschappen:
- Waterafstotende dubbele vacht: een dichte vacht met natuurlijke oliën die water afstoten en voorkomen dat vocht de huid bereikt.
- Spierkracht en lichaamsbouw: een atletisch lichaam dat het zwemmen vergemakkelijkt.
- Zwemvliezen (tussenteenhuid): bepaalde rassen hebben meer ontwikkelde huid tussen de tenen, die functioneert als heuse peddels.
De 6 meest "aquatische" kattenrassen
- Bengaal: erfde de voorliefde voor vissen van zijn voorouder, de Aziatische luipaardkat.
- Maine Coon: zijn dichte, waterafstotende vacht beschermt hem uitstekend tegen kou en vocht.
- Turkse van: bekend als "de zwemmende kat", aarzelt niet om geheel natuurlijk het water in te gaan.
- Abessijn: bijzonder nieuwsgierig en dol op spelen met kranen en stromend water.
- Noorse boskat: zijn dubbele vacht isoleert optimaal, waardoor hij met water kan spelen zonder dat zijn huid nat wordt.
- Savannah: een grote hybride die het geweldig vindt om te spetteren en in bakken met water te klimmen.
De meeste huiskatten zijn kruisingen. Als jouw kat zich aangetrokken voelt tot water, is de kans groot dat hij genetisch erfgoed van een van deze waterminnende rassen bij zich draagt.
Met de DNA-test voor katten van Koko Genetics ontdek je met uiterste precisie het kattenras, het percentage per bloedlijn en de voorouders die zijn meest opvallende gedrag verklaren.

